Alles over Todi

Todi is een pittoresk stadje in de regio Umbrië. het bevindt zich ongeveer 40 kilometer ten zuiden van Perugia. De gemeente bevindt zich in de Valle Tiberina en is qua oppervlakte één van de grootste steden van de provincie Perugia. Vooral het middeleeuwse deel van de stad is een bezoekje meer dan waard.

Alles over Todi

Nuttige informatie

Kathedraal Todi
De Kathedraal van Todi

Regio: Umbrië. Provincie: Perugia.  Postcode: 06059. Kengetal: 075. Het VVV van Lodi (de IAT Tuderte) bevindt zich op het Piazza Umberto I, 6 (Tel. +39 0758 9433395 of 0758 945416).

Met de auto/openbaar vervoer

Met de auto: Vanuit Rome neemt U de E35 naar het noorden. Bij Orvieto neemt U de afslag naar Todi (SS448). Vanuit Perugia neemt U de E45 in zuidelijke richting.

Openbaar vervoer: Er is een direkte, maar niet erg frequente, busverbinding (Autolinee Sulga) tussen het station Roma Tiburtina en Todi. Het is veel makkelijker om eerst de trein te nemen naar Orvieto en dan met de bus verder te reizen.

Openbaar vervoer binnen de stad: Een kaartje kost 1,30 Euro en is 90 minuten geldig vanaf het moment van stempelen. Indien U het op de bus zelf koopt kost het 2,00 Euro. Een 10-rittenkaart kost 11 Euro. Deze kaart is 365 dagen geldig vanaf de eerste rit en is niet persoonsgebonden.

Bezienswaardigheden

De Kathedraal van de stad staat op het centrale plein Piazza del Popolo. Andere imposante gebouwen aan dit plein zijn het Palazzo del Popolo, het Palazzo del Capitano en het Palazzo dei Priori.

De bronzen adelaar op de façade van het Palazzo dei Priori is het symbool van de stad en is in 1339 door Giovanni Gigliaccio gemaakt.

Op het Piazza del Mercato Vecchio zijn de Nicchioni Romani te zien, nissen die waarschijnlijk deel uitgemaakt hebben van een Romeinse basiliek.

De Tempio di Santa Maria della Consolazione is in de 16e eeuw gebouwd.

De Chiesa del Crocifisso

Fontana della Rua of Cesia.

Een korte geschiedenis van Todi

Na het verval van het Romeinse rijk werd Todi in de 8e eeuw bij het toenmalige hertogdom Rome gevoegd. Later werd het eerst een vrije stad, wat duurde tot 1367. Hierna werd de gemeente eerst leengoed van verschillende machtige edelmannen, tot het bij de Pauselijke Staat gevoegd werd.

Oorsprong en Romeinse tijd

De eerste bewoners van de streek (2700 voor Chr.) waren rivierbewoners, de Veii Umbrii. Volgens de overlevering zaten deze aan de maaltijd toen een adelaar een tafelkleed wegritste en er mee wegvloog om het op de top van de heuvel te laten vallen. Dit werd gezien als teken dat de stad daar gebouwd zou moeten worden.

De naam is afgeleid van Tuder, wat in het Umbrisch “grensplaats” betekende.

Later zouden eerst de Etrusken en, in de 3e eeuw voor Chr., de Romeinen de macht overnemen. De Etrusken bouwden de eerste stadsmuur. Van vooral de Romeinse overheersing zijn nog talloze sporen overgebleven, zoals de wateropslagplaatsen onder het centrale plein.

In het jaar 88 voor Chr. roofde Marco Crasso de stad leeg, een lot dat Todi na de val van het Romeinse rijk meermalen zou ondergaan.

In de Romeinse tijd werd de stad eerst tot kolonie en vervolgens tot gemeente uitgeroepen.

Middeleeuwen

De middeleeuwen stonden in het teken van de vijandschap met het naburige Orvieto.

In de 8e eeuw werd de stad door de Lombardische koning Desiderio samen met Paus Paulus I bij het hertogdom Rome gevoegd. Gelijktijdig werd de grens met het toenmalige hertogdom Spoleto vastgelegd.

Toen Frederik I Barbarossa Italië binnenviel werd Todi een vrije stad. Wel waren er interne strubbelingen tussen de Welfen en de Ghibellijnen, iets dat in de hele streek het geval was.

In de 12e eeuw werd Todi een onafhankelijke stad en begon er een periode van grote voorspoed, wat leidde tot de bouw van een aantal indrukwekkende paleizen op en bij het Piazza del Popolo.

Na een moeilijkere periode vanaf de 14e eeuw was het Bisschop Angelo Cesi die de stad in de 16e eeuw weer welvaart bracht en ook de bouw van een enkele van de belangrijkste paleizen van Todi financierde.

In 1367 raakte de stad haar autonomie kwijt. Vanaf dat moment was Todi in de hand van leenheren, waaronder de uit Rimini afkomstige Malatesta, Braccio di Montone en de familie Sforza.

Hierna volgde een lange periode van verval, met als dieptepunt een pestepidemie in 1523.

Het was Bisschop Angelo Cesi die de stad in de 16e eeuw weer welvaart bracht en ook de bouw van een enkele van de belangrijkste paleizen van Todi financierde.

Na de middeleeuwen

Todi kwam deel uit te maken van de Pauselijke Staat. Deze situatie duurde tot de Napoleontische tijd.

Todi

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *